Multatuli

 

 

M u l t a t u l i  I

Acryl op papier

50 cm x 65 cm

Unicum & Gesigneed

©Eddyana Triwahyu kurniawati

 

 

M u l t a t u l i  II

Acryl op papier

50 cm x 65 cm

Unicum & Gesigneerd

©Eddyana Triwahyu Kurniawati

 

Eduard Douwes Dekker

Pseudoniem(en)             Multatuli

Geboren                        2 maart 1820

Overleden                     19 februari 1887

Land                             Nederland

Werk

Jaren actief                   1859-1876

Bekende werken            Max Havelaar

Portaal Portaalicoon      Literatuur

 

Eduard Douwes Dekker (Amsterdam, 2 maart 1820 – Ingelheim am Rhein, 19 februari 1887) was een Nederlandse schrijver en bestuursambtenaar die vooral bekend is geworden vanwege zijn roman Max Havelaar, of De koffij-veilingen der Nederlandsche Handel-Maatschappij, die in 1860 verscheen onder het pseudoniem Multatuli (Latijn voor 'ik heb veel (leed) gedragen' [=multa tuli]). Hij schreef ook toneelstukken, pamfletten, soms in briefvorm, en aforismen.

Douwes Dekker groeide op in Amsterdam en trok in 1838 met zijn vader naar Batavia in Nederlands-Indië (het tegenwoordige Indonesië), waar hij in 1839 een baan als ambtenaar verwierf. Daar zag hij de vele wantoestanden onder verantwoordelijkheid van het Nederlandse koloniale bewind.

Zijn debuutroman, de kaderroman Max Havelaar, hekelt op basis van zijn eigen ervaringen de behandeling van de plaatselijke bevolking door Nederlandse en Nederlands-Indische bestuurders. De van 1862 tot 1877 verschenen zeven bundels met 1282 genummerde Ideen bevatten overwegend essayistische aforismen, maar ook de roman Woutertje Pieterse en het toneelstuk Vorstenschool zijn in deze gevarieerde verzameling te vinden.

Zowel de persoonlijkheid als de schrijfstijl van Douwes Dekker had grote invloed op belangrijke schrijvers uit volgende generaties, waaronder de Tachtigers, Nescio, Elsschot, Du Perron, Hermans en Karel van het Reve. Internationaal werd hij gelezen, met bekendheid in Indonesië en de Sovjet-Unie. Maar vooral in Duitsland: veel werk van hem werd in het Duits vertaald rond 1900-1910, en dit was een bron van inspiratie voor de feministische beweging aldaar. Karl Marx en Sigmund Freud waardeerden hem, en poogden hem zelfs in het Nederlands te lezen. In juni 2002 werd Max Havelaar door de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde uitgeroepen tot het belangrijkste Nederlandstalige letterkundige werk aller tijden. In 2004 eindigde Multatuli op de 34e plaats in de verkiezing van de grootste Nederlander.

De zaak-Lebak

Eduard Douwes Dekker in 1853

Karta Nata Negara Raden Adipati

Na aankomst te Batavia eind 1855 werd Douwes Dekker benoemd tot assistent-resident van Lebak op Java, waar hij in januari 1856 zijn intrek nam in de hoofdplaats Rangkasbitung. Douwes Dekker was slecht bij kas – onder andere door zijn vrijgevigheid – maar zijn toekomst zag er op dat moment gunstig uit: hij had een goede staat van dienst en zou waarschijnlijk wel tot resident bevorderd worden. Het liep echter anders. In Lebak werd hij geconfronteerd met ernstig machtsmisbruik door de plaatselijke Indische hoofden; bovendien meende hij uit tal van aanwijzingen op te kunnen maken dat zijn voorganger Carolus (in de Havelaar Slotering genoemd) door de regent was vergiftigd, naar hij vermoedde wegens diens pogingen om wantoestanden op het spoor te komen. Op 29 maart 1856 verzocht hij om eervol ontslag, nadat zijn aanklacht tegen Karta Nata Negara, de regent van het district Lebak, die zijn bevolking meedogenloos uitzoog, door het Nederlands-Indische bestuur was afgewezen.

Douwes Dekker kon of wilde niet langer in dienst blijven van een ambtelijke top die de andere kant op keek als van de plaatselijke bevolking bijvoorbeeld buffels werden geroofd ten behoeve van de regenten, of wanneer herendiensten werden gevraagd, waardoor de akkers niet konden worden bewerkt, met als gevolg dikwijls hongersnood. Toen ook gouverneur-generaal Duymaer van Twist hem niet wilde ontvangen om zijn klachten aan te horen, was voor Douwes Dekker de maat vol. Tevergeefs trachtte hij op Java emplooi te vinden, onder meer op de plantage van zijn broer Jan; het jaar daarop keerde hij definitief terug naar Europa, waar hij als ambteloos burger enkele jaren alleen door onder andere Nederland, België, Duitsland en Frankrijk zwierf. In 1859 keerden ook Tine en de kinderen naar Europa terug, waardoor zijn financiële positie steeds moeilijker werd.

 

Bron: Wikipedia.nl

© Copyright 2008 | Eddyana-Palet.nl